creperen
werkwoordBetekenis
- vergaan van, hevig lijden
- versmachten, omkomen door gebrek
- touperen
Vervoeging van creperen
creperenhele werkwoord — crepeerdeverleden tijd enkelvoud — crepeerdenverleden tijd meervoud — gecrepeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | crepeer | crepeerde |
| jij | crepeert | crepeerde |
| hij, zij, het | crepeert | crepeerde |
| wij | creperen | crepeerden |
| jullie | creperen | crepeerden |
| zij | creperen | crepeerden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| crepeer | gebiedende wijs |
| crepeerde | verleden tijd |
| crepere | aanvoegende wijs |
| creperend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecrepeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecrepeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecrepeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecrepeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecrepeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecrepeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecrepeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecrepeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecrepeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecrepeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecrepeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecrepeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecrepeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecrepeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecrepeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecrepeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecrepeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecrepeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecrepeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecrepeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kreperen | |
| te creperen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecrepeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen creperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecrepeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecrepeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal creperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal creperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal creperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecrepeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecrepeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecrepeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecrepeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecrepeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecrepeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou creperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou creperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou creperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecrepeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecrepeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecrepeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecrepeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecrepeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecrepeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden creperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden creperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden creperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecrepeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecrepeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecrepeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecrepeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecrepeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecrepeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt creperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecrepeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecrepeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen creperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen creperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen creperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen creperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecrepeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecrepeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecrepeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecrepeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecrepeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecrepeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult creperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecrepeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecrepeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecrepeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit Duits soldatentaal, krepieren met het achtervoegsel -eren, in de dysfemische betekenis van ‘doodgaan, omkomen door gebrek’ (verwijzend naar ontbindende lijken, die openbarsten door het ontstane gas), voor het eerst aangetroffen begin 19e eeuw
Woordfamilie van creperen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| crepeer | gebiedende wijs | creperen |
| crepeerde | verleden tijd | creperen |
| crepeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | creperen |
| crepeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | creperen |
| crepere | aanvoegende wijs | creperen |
| creperend | onvoltooid deelwoord | creperen |
| creperende | woordvorm | creperen |
| gecrepeerd | voltooid deelwoord | creperen |
| gecrepeerde | woordvorm | creperen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van creperen zijn vastgelegd.