Naar de inhoud

sneuvelen

omkomen in de strijd

sneuvelen

werkwoord ˈsnøvələ(n)

Betekenis

  1. omkomen in de strijd
  2. kapot gaan door te breken

Hoe spreek je sneuvelen uit?

/ˈsnøvələn/

Sneuvelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsnøvələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
n nek
ø deur
v vis
ə de
l land
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van sneuvelen

sneuvelenhele werkwoord — sneuveldeverleden tijd enkelvoud — sneuveldenverleden tijd meervoud — gesneuveldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sneuvel sneuvelde
jij sneuvelt sneuvelde
hij, zij, het sneuvelt sneuvelde
wij sneuvelen sneuvelden
jullie sneuvelen sneuvelden
zij sneuvelen sneuvelden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gesneuveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesneuveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
gesneuveld verleden tijd, deelwoord
gesneuveld te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesneuveld zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gesneuveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesneuveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sneuvel gebiedende wijs
sneuvelde verleden tijd
sneuvele aanvoegende wijs
sneuvelend onvoltooid, deelwoord
te sneuvelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gesneuveld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sneuvelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesneuveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesneuveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesneuveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesneuveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesneuveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesneuveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesneuveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gesneuveld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesneuveld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesneuveld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesneuveld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gesneuveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesneuveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesneuveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesneuveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesneuveld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesneuveld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesneuveld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesneuveld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesneuveld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesneuveld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesneuveld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesneuveld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesneuveld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesneuveld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sneuvelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesneuveld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sneuvelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘omkomen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1620

Woordfamilie van sneuvelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sneuvel gebiedende wijs sneuvelen
sneuvelde verleden tijd sneuvelen
sneuvelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sneuvelen
sneuvele aanvoegende wijs sneuvelen
sneuvelend onvoltooid deelwoord sneuvelen
sneuvelende woordvorm sneuvelen
sneuvelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sneuvelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sneuvelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over sneuvelen

Hoe spreek ik sneuvelen uit?
Zo spreek je sneuvelen uit: /ˈsnøvələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van sneuvelen?
Sneuvelen is een werkwoord. De betekenis is: omkomen in de strijd. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik sneuvelen?
Zo vervoeg je sneuvelen zo: de tegenwoordige tijd is sneuvel, de verleden tijd is sneuvelde en het voltooid deelwoord is gesneuveld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sneuvelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. E 1
  4. U 4
  5. V 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sneuvelen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. E 1
  4. U 2
  5. V 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sneuvelen in het kort

sneuvelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van sneuvelen staan er 33 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sneuvelen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sneuvelen: omkomen in de strijd
Deel sneuvelen — standaardnederlands.nl