creosoteren
werkwoordBetekenis
- met creosoot behandelen
Vervoeging van creosoteren
creosoterenhele werkwoord — creosoteerdeverleden tijd enkelvoud — creosoteerdenverleden tijd meervoud — gecreosoteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | creosoteer | creosoteerde |
| jij | creosoteert | creosoteerde |
| hij, zij, het | creosoteert | creosoteerde |
| wij | creosoteren | creosoteerden |
| jullie | creosoteren | creosoteerden |
| zij | creosoteren | creosoteerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| creosoteer | gebiedende wijs |
| creosoteerde | verleden tijd |
| creosotere | aanvoegende wijs |
| creosoterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecreosoteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecreosoteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecreosoteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecreosoteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecreosoteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecreosoteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecreosoteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecreosoteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecreosoteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecreosoteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecreosoteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecreosoteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecreosoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecreosoteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecreosoteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecreosoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecreosoteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecreosoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecreosoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecreosoteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecreosoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecreosoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecreosoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecreosoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecreosoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecreosoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te creosoteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecreosoteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen creosoteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecreosoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecreosoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecreosoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecreosoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecreosoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecreosoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecreosoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecreosoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecreosoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecreosoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen creosoteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecreosoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecreosoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecreosoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult creosoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecreosoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse créosoter (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van creosoteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| creosoteer | gebiedende wijs | creosoteren |
| creosoteerde | verleden tijd | creosoteren |
| creosoteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | creosoteren |
| creosoteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | creosoteren |
| creosotere | aanvoegende wijs | creosoteren |
| creosoterend | onvoltooid deelwoord | creosoteren |
| creosoterende | woordvorm | creosoteren |
| gecreosoteerd | voltooid deelwoord | creosoteren |
| gecreosoteerde | woordvorm | creosoteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van creosoteren zijn vastgelegd.