Naar de inhoud

omkomen

bij een gebeurtenis het leven laten

omkomen

werkwoord /ˈɔmkomə(n)/

Betekenis

  1. bij een gebeurtenis het leven laten
  2. omgekomen, gedood, gestorven, verdronken
  3. hulpeloos, radeloos

Hoe spreek je omkomen uit?

/ˈɔmkomən/

Omkomen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔmkomən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
m maan
k kat
o boot
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van omkomen

omkomenhele werkwoord — kwam omverleden tijd enkelvoud — kwamen omverleden tijd meervoud — omgekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kom om kwam om
jij komt om kwaamt om
hij, zij, het komt om kwam om
wij komen om kwamen om
jullie komen om kwamen om
zij komen om kwamen om
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben omgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is omgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kom om gebiedende wijs
kwam om verleden tijd
om te komen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal komen bijzin, toekomende tijd
om zou komen bijzin, voorwaardelijk
om zouden komen bijzin, voorwaardelijk
om zoudt komen bijzin, voorwaardelijk
om zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen komen bijzin, toekomende tijd
om zult komen bijzin, toekomende tijd
omgekomen verleden tijd, deelwoord
omgekomen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgekomen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omkom bijzin, tegenwoordige tijd
omkomend onvoltooid, deelwoord
omkomt bijzin, tegenwoordige tijd
omkwaamt bijzin, verleden tijd
omkwam bijzin, verleden tijd
omkwamen bijzin, verleden tijd
te zijn omgekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal omgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omkomen bijzin, toekomende tijd
zijn omgekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn omgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omkomen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omkomen om zou(dt) komen bijzin, voorwaardelijk
zouden omgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omkomen bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omkomen bijzin, voorwaardelijk
zullen omgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omkomen bijzin, toekomende tijd
zult omgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult omkomen bijzin, toekomende tijd
zult/zal omkomen om zult/zal komen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

In de betekenis van ‘sterven’ voor het eerst aangetroffen in 1573

Woordfamilie van omkomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kom om gebiedende wijs omkomen
kome om woordvorm omkomen
komen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omkomen
komt om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omkomen
kwam om verleden tijd omkomen
kwamen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omkomen
omgekomen voltooid deelwoord omkomen
omkom subordinate-clause, tegenwoordige tijd omkomen
omkome with-subordinate-clause omkomen
omkomend onvoltooid deelwoord omkomen
omkomende woordvorm omkomen
omkomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd omkomen
omkwam subordinate-clause, verleden tijd omkomen
omkwamen subordinate-clause, verleden tijd omkomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omkomen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omkomen

Hoe spreek ik omkomen uit?
Zo spreek je omkomen uit: /ˈɔmkomə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van omkomen?
Omkomen is een werkwoord. De betekenis is: bij een gebeurtenis het leven laten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik omkomen?
Zo vervoeg je omkomen zo: het voltooid deelwoord is omgekomen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omkomen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. K 3
  4. O 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omkomen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. K 3
  4. O 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

omkomen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

omkomen in het kort

omkomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van omkomen staan er 48 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort omkomen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

omkomen: bij een gebeurtenis het leven laten
Deel omkomen — standaardnederlands.nl