boodschapper
zelfstandig naamwoord /ˈbotsxɑpər/Betekenis
- iets dat, of iemand die berichten overbrengt naar personen die door de afzender niet rechtstreeks aangesproken kunnen worden, of bereikbaar zijn, door afstand, tijdverschil of slechte onderlinge verhoudingen, tegenwoordig zou men zeggen: koerier
- islamitische profeet
Hoe spreek je boodschapper uit?
/ˈbotsxɑpər/
Boodschapper bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| t | tak |
| s | sok |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boodschappers | meervoud |
| boodschappertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boodschappertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van boodschappen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van boodschapper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boodschappers | meervoud | boodschapper |
| boodschappertje | verkleinwoord | boodschapper |
| boodschappertjes | verkleinwoord meervoud | boodschapper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boodschapper zijn vastgelegd.