boodschap
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈbotsxɑpBetekenis
- overgebracht bericht
- levensmiddel of andere alledaagse aanschaf
Hoe spreek je boodschap uit?
/ˈbotsxɑp/
Boodschap bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| t | tak |
| s | sok |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boodschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boodschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| boodschappen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boodschappen
- gebiedende wijs van boodschappen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boodschappen
Vervoeging van boodschap
boodschaphele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands bodescap / bootscap, op te vatten als afgeleid van bode met het achtervoegsel -schap, in de betekenis van ‘bericht’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van boodschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boodschapje | verkleinwoord | boodschap |
| boodschapjes | verkleinwoord meervoud | boodschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boodschap zijn vastgelegd.