omroeper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een persoon die televisie- of radioprogramma's aankondigt
- een persoon die iets aan een grote groep mensen vertelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| omroepers | meervoud |
| omroepertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| omroepertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van omroepen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van omroeper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omroepers | meervoud | omroeper |
| omroepertje | verkleinwoord | omroeper |
| omroepertjes | verkleinwoord meervoud | omroeper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omroeper zijn vastgelegd.