Naar de inhoud

bijladen

(iets) aan de lading toevoegen

bijladen

werkwoord

Betekenis

  1. (iets) aan de lading toevoegen
  2. de lading van een accu aanvullen

werkwoord

  1. aan de lading toevoegen transitive

Vervoeging van bijladen

bijladenhele werkwoord — laadde bijverleden tijd enkelvoud — laadden bijverleden tijd meervoud — bijgeladenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik laad bij laadde bij
jij laadt bij laadde bij
hij, zij, het laadt bij laadde bij
wij laden bij laadden bij
jullie laden bij laadden bij
zij laden bij laadden bij
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bij te laden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen laden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal laden bijzin, toekomende tijd
bij zou laden bijzin, voorwaardelijk
bij zouden laden bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt laden bijzin, voorwaardelijk
bij zullen laden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen laden bijzin, toekomende tijd
bij zult laden bijzin, toekomende tijd
bijgeladen verleden tijd, deelwoord
bijgeladen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgeladen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijlaad bijzin, tegenwoordige tijd
bijlaadde bijzin, verleden tijd
bijlaadden bijzin, verleden tijd
bijlaadt bijzin, tegenwoordige tijd
bijladend onvoltooid, deelwoord
er is bijgeladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijgeladen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijgeladen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijgeladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijgeladen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijgeladen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijgeladen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijgeladen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bijgeladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijgeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijgeladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijgeladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijgeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijgeladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijgeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgeladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
laad bij gebiedende wijs
laadde bij verleden tijd
te hebben bijgeladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bijgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijladen bijzin, toekomende tijd
zou bijgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijladen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bijladen bij zou(dt) laden bijzin, voorwaardelijk
zouden bijgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijladen bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijladen bijzin, voorwaardelijk
zullen bijgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijladen bijzin, toekomende tijd
zult bijgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bijladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bijladen bijzin, toekomende tijd
zult/zal bijladen bij zult/zal laden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van bij en laden

Woordfamilie van bijladen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijgeladen voltooid deelwoord bijladen
bijlaad subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijladen
bijlaadde subordinate-clause, verleden tijd bijladen
bijlaadden subordinate-clause, verleden tijd bijladen
bijlaadt subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijladen
bijlade with-subordinate-clause bijladen
bijladend onvoltooid deelwoord bijladen
bijladende woordvorm bijladen
laad bij gebiedende wijs bijladen
laadde bij verleden tijd bijladen
laadden bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijladen
laadt bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bijladen
lade bij woordvorm bijladen
laden bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijladen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijladen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bijladen

Wat is de betekenis van bijladen?
Bijladen is een werkwoord. De betekenis is: (iets) aan de lading toevoegen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bijladen?
Zo vervoeg je bijladen zo: het voltooid deelwoord is bijgeladen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijladen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. L 3
  5. A 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijladen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. L 3
  5. A 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijladen in het kort

bijladen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bijladen staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bijladen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bijladen: (iets) aan de lading toevoegen
Deel bijladen — standaardnederlands.nl