believen
werkwoord, zelfstandig naamwoord bəˈlivə(n)Betekenis
- naar de zin zijn
- prijs stellen op, wensen, houden van
- naar ~: nader door degene die het uitvoert te bepalen, precies zoals je het zelf wilt
Hoe spreek je believen uit?
/bəˈlivən/
Believen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| i | riet |
| v | vis |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van believen
believenhele werkwoord — beliefdeverleden tijd enkelvoud — beliefdenverleden tijd meervoud — beliefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | belief | beliefde |
| jij | belieft | beliefde |
| hij, zij, het | belieft | beliefde |
| wij | believen | beliefden |
| jullie | believen | beliefden |
| zij | believen | beliefden |
Alle 129 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| belief | gebiedende wijs |
| beliefd | verleden tijd, deelwoord |
| beliefd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beliefd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beliefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beliefd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beliefd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beliefd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beliefd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beliefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beliefd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beliefd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beliefde | verleden tijd |
| belieft | tegenwoordige tijd |
| believe | aanvoegende wijs |
| believend | onvoltooid, deelwoord |
| ben beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is beliefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beliefd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beliefd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beliefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beliefd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beliefd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beliefd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beliefd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beliefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beliefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beliefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beliefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beliefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beliefd | verleden tijd, deelwoord |
| heeft beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te believen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beliefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen believen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beliefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beliefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beliefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beliefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal believen | toekomende tijd |
| zal believen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal believen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal believen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou believen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou believen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou believen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden believen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden believen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden believen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt believen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen believen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen believen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen believen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen believen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult believen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘behagen’ voor het eerst aangetroffen in 1419
Woordfamilie van believen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belief | gebiedende wijs | believen |
| beliefd | voltooid deelwoord | believen |
| beliefde | verleden tijd | believen |
| beliefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | believen |
| belieft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | believen |
| believe | aanvoegende wijs | believen |
| believend | onvoltooid deelwoord | believen |
| believende | woordvorm | believen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van believen zijn vastgelegd.