dieven
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈdivə(n)Betekenis
- stelen
- de 'dieven' afplukken van (een plant)
Hoe spreek je dieven uit?
/ˈdivən/
Dieven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van dieven
dievenhele werkwoord — diefdeverleden tijd enkelvoud — diefdenverleden tijd meervoud — gediefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dief | diefde |
| jij | dieft | diefde |
| hij, zij, het | dieft | diefde |
| wij | dieven | diefden |
| jullie | dieven | diefden |
| zij | dieven | diefden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dief | gebiedende wijs |
| diefde | verleden tijd |
| dieve | aanvoegende wijs |
| dievend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gediefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gediefd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gediefd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gediefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gediefd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gediefd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gediefd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gediefd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gediefd | verleden tijd, deelwoord |
| gediefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gediefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gediefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gediefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gediefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gediefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gediefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gediefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gediefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gediefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gediefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gediefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gediefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gediefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gediefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gediefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gediefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dieven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gediefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dieven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gediefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gediefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gediefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gediefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gediefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gediefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gediefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gediefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gediefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gediefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dieven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gediefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gediefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gediefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gediefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dief
Woordfamilie van dieven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| diefde | verleden tijd | dieven |
| diefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dieven |
| dieft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dieven |
| dieve | aanvoegende wijs | dieven |
| dievend | onvoltooid deelwoord | dieven |
| dievende | woordvorm | dieven |
| gediefd | voltooid deelwoord | dieven |
| gediefde | woordvorm | dieven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dieven zijn vastgelegd.