blieven
werkwoord ˈblivə(n)Betekenis
- lusten, lekker vinden,
- blijven
Hoe spreek je blieven uit?
/ˈblivən/
Blieven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| i | riet |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- lusten [1], lekker vinden transitive
- lusten [2], aangenaam, fijn, aardig e.d. vinden figuratively, transitive
- met meewerkend voorwerp lusten [3], aanstaan [1], bevallen [1], behagen ditransitive, figuratively
Vervoeging van blieven
blievenhele werkwoord — bliefdeverleden tijd enkelvoud — bliefdenverleden tijd meervoud — gebliefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | blief | bliefde |
| jij | blieft | bliefde |
| hij, zij, het | blieft | bliefde |
| wij | blieven | bliefden |
| jullie | blieven | bliefden |
| zij | blieven | bliefden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| blief | gebiedende wijs |
| bliefde | verleden tijd |
| blieve | aanvoegende wijs |
| blievend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gebliefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebliefd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebliefd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebliefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebliefd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebliefd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebliefd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebliefd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebliefd | verleden tijd, deelwoord |
| gebliefd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebliefd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebliefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebliefd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebliefd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebliefd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebliefd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebliefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebliefd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebliefd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebliefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebliefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebliefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebliefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebliefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te blieven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebliefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen blieven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gebliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebliefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gebliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebliefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gebliefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gebliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gebliefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gebliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal blieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal blieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal blieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gebliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gebliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou blieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou blieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou blieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden blieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden blieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden blieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt blieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen blieven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen blieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen blieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen blieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult blieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
van believen ww
Woordfamilie van blieven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blief | gebiedende wijs | blieven |
| bliefde | verleden tijd | blieven |
| bliefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | blieven |
| blieft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | blieven |
| blieve | aanvoegende wijs | blieven |
| blievend | onvoltooid deelwoord | blieven |
| blievende | woordvorm | blieven |
| gebliefd | voltooid deelwoord | blieven |
| gebliefde | woordvorm | blieven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blieven zijn vastgelegd.