Naar de inhoud

gelieven

met meewerkend voorwerp aangenaam voorkomen, plezier doen, goed vinden

gelieven is meer dan één woord

gelieven

werkwoord, zelfstandig naamwoord ɣəˈlivə(n)

Betekenis

  1. met meewerkend voorwerp aangenaam voorkomen, plezier doen, goed vinden
  2. aangenaam zijn, plezier doen, goed vinden (van een handeling die door een werkwoord wordt uitgedrukt)
  3. paar dat elkaar bemint

Hoe spreek je gelieven uit?

/xəˈlivən/

Gelieven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /xəˈlivən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
ə de
l land
i riet
v vis
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. aangenaam zijn, plezier doen, goed vinden transitive

Vervoeging van gelieven

gelievenhele werkwoord — geliefdeverleden tijd enkelvoud — geliefdenverleden tijd meervoud — geliefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gelief geliefde
jij gelieft geliefde
hij, zij, het gelieft geliefde
wij gelieven geliefden
jullie gelieven geliefden
zij gelieven geliefden
Alle 129 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geliefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geliefd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geliefd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geliefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geliefd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geliefd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geliefd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geliefd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gelief gebiedende wijs
geliefd verleden tijd, deelwoord
geliefd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geliefd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geliefd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geliefd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geliefd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geliefd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geliefd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geliefd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geliefd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geliefd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geliefde verleden tijd
gelieft tegenwoordige tijd
gelieve aanvoegende wijs
gelievend onvoltooid, deelwoord
had geliefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geliefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geliefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geliefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geliefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geliefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geliefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geliefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geliefd verleden tijd, deelwoord
hebben geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gelieven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geliefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gelieven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geliefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geliefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geliefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geliefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geliefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geliefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geliefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geliefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geliefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geliefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geliefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geliefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geliefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geliefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geliefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geliefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geliefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geliefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geliefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geliefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geliefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geliefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geliefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geliefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geliefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gelieven toekomende tijd
zal gelieven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gelieven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gelieven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geliefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geliefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geliefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geliefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geliefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geliefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geliefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gelieven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gelieven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gelieven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geliefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geliefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geliefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geliefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geliefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geliefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelieven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gelieven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gelieven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geliefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geliefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelieven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geliefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geliefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geliefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geliefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geliefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geliefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelieven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gelieven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gelieven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gelieven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geliefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geliefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geliefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gelieven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

ww: erfwoord via Middelnederlands gelieven van Oudnederlands gilieven, in de betekenis van ‘lief zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901; op te vatten als afgeleid van lieven met het voorvoegsel ge-

Woordfamilie van gelieven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelief gebiedende wijs gelieven
gelieft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gelieven
gelieve aanvoegende wijs gelieven
gelievend onvoltooid deelwoord gelieven
gelievende woordvorm gelieven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gelieven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over gelieven

Hoe spreek ik gelieven uit?
Zo spreek je gelieven uit: /ɣəˈlivə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van gelieven?
Gelieven is een werkwoord. De betekenis is: met meewerkend voorwerp aangenaam voorkomen, plezier doen, goed vinden. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik gelieven?
Zo vervoeg je gelieven zo: de tegenwoordige tijd is gelief, de verleden tijd is geliefde en het voltooid deelwoord is geliefd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op gelieven?

Gelieven rijmt op 22 woorden op -ieven; klieven, dieven en believen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op gelieven, uitspraak xəˈlivən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
klieven 2
dieven 2
believen 3
blieven 2
doorklieven 3
aanbevelingsbrieven 6
aanbiedingsbrieven 5
aanstellingsbrieven 5
beleidsinitiatieven 7
brieven 2
conservatieven 5
deelinitiatieven 6
hielojieven 4
hoenderdieven 4
klokojieven 4
maldiven 3
malediven 4
ojieven 3
positieven 4
sedatieven 4
tarieven 3
vertelperspectieven 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gelieven is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 1
  5. E 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gelieven levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 2
  5. E 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gelieven in het kort

gelieven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van gelieven staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort gelieven bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

gelieven: met meewerkend voorwerp aangenaam voorkomen, plezier doen, goed vinden
Deel gelieven — standaardnederlands.nl