beliegen
werkwoordBetekenis
- aan leugens onderwerpen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van beliegen
beliegenhele werkwoord — beloogverleden tijd enkelvoud — belogenverleden tijd meervoud — belogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | belieg | beloog |
| jij | beliegt | beloog |
| hij, zij, het | beliegt | beloog |
| wij | beliegen | belogen |
| jullie | beliegen | belogen |
| zij | beliegen | belogen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| belieg | gebiedende wijs |
| beliege | aanvoegende wijs |
| beliegend | onvoltooid, deelwoord |
| belogen | verleden tijd, deelwoord |
| belogen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| belogen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| belogen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| belogen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| belogen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| belogen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| belogen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| belogen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| belogen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| belogen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beloog | verleden tijd |
| ben belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is belogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was belogen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd belogen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt belogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal belogen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal belogen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou belogen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou belogen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had belogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had belogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had belogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden belogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden belogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden belogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt belogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben belogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beliegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben belogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart belogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren belogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren belogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren belogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was belogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was belogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was belogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd belogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd belogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd belogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden belogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden belogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden belogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt belogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word belogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden belogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden belogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden belogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt belogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt belogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal belogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal belogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal belogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal belogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal belogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt belogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou belogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou belogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou belogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou belogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou belogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou belogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden belogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden belogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden belogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden belogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden belogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden belogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt belogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt belogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen beliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen belogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen belogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen belogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen belogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen belogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen belogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult beliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult belogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult belogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult belogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van liegen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beliegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belieg | gebiedende wijs | beliegen |
| beliege | aanvoegende wijs | beliegen |
| beliegend | onvoltooid deelwoord | beliegen |
| beliegende | woordvorm | beliegen |
| beliegt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beliegen |
| belogen | voltooid deelwoord | beliegen |
| beloog | verleden tijd | beliegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beliegen zijn vastgelegd.