Naar de inhoud

beliegen

aan leugens onderwerpen

beliegen

werkwoord

Betekenis

  1. aan leugens onderwerpen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van beliegen

beliegenhele werkwoord — beloogverleden tijd enkelvoud — belogenverleden tijd meervoud — belogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik belieg beloog
jij beliegt beloog
hij, zij, het beliegt beloog
wij beliegen belogen
jullie beliegen belogen
zij beliegen belogen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
belieg gebiedende wijs
beliege aanvoegende wijs
beliegend onvoltooid, deelwoord
belogen verleden tijd, deelwoord
belogen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
belogen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
belogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
belogen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
belogen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
belogen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
belogen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
belogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
belogen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
belogen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beloog verleden tijd
ben belogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent belogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is belogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was belogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd belogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt belogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal belogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal belogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou belogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou belogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had belogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had belogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had belogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden belogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden belogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden belogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt belogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb belogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben belogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben belogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt belogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is belogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is belogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beliegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben belogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart belogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren belogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren belogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren belogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was belogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was belogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was belogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd belogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd belogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd belogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden belogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden belogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden belogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt belogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word belogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden belogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden belogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden belogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt belogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt belogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal belogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal belogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal belogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal belogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn belogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn belogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn belogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt belogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou belogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou belogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou belogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden belogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden belogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden belogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden belogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden belogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden belogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden belogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beliegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt belogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen belogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen belogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen belogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen belogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen belogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen belogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen belogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beliegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult belogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van liegen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beliegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
belieg gebiedende wijs beliegen
beliege aanvoegende wijs beliegen
beliegend onvoltooid deelwoord beliegen
beliegende woordvorm beliegen
beliegt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beliegen
belogen voltooid deelwoord beliegen
beloog verleden tijd beliegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beliegen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beliegen

Wat is de betekenis van beliegen?
Beliegen is een werkwoord. De betekenis is: aan leugens onderwerpen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik beliegen?
Zo vervoeg je beliegen zo: de tegenwoordige tijd is belieg, de verleden tijd is beloog en het voltooid deelwoord is belogen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beliegen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 1
  5. E 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beliegen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 2
  5. E 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beliegen in het kort

beliegen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van beliegen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort beliegen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

beliegen: aan leugens onderwerpen
Deel beliegen — standaardnederlands.nl