klieven
werkwoord /ˈklivə(n)/Betekenis
- langs een scherp breukvlak in tweeën hakken
Hoe spreek je klieven uit?
/ˈklivən/
Klieven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| i | riet |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van klieven
klievenhele werkwoord — kliefdeverleden tijd enkelvoud — kliefdenverleden tijd meervoud — (gekloven) *voltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klief | kliefde |
| jij | klieft | kliefde |
| hij, zij, het | klieft | kliefde |
| wij | klieven | kliefden |
| jullie | klieven | kliefden |
| zij | klieven | kliefden |
Alle 128 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (gekloven) * | verleden tijd, deelwoord |
| (kloof) * | verleden tijd |
| - | impersonal, passief |
| ben gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekliefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekliefd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekliefd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekliefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekliefd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekliefd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekliefd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekliefd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekliefd | verleden tijd, deelwoord |
| gekliefd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekliefd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekliefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekliefd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekliefd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekliefd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekliefd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekliefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekliefd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekliefd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekliefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekliefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekliefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekliefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekliefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klief | gebiedende wijs |
| kliefde | verleden tijd |
| klieve | aanvoegende wijs |
| klievend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekliefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te klieven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen klieven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekliefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekliefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekliefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekliefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekliefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekliefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal klieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal klieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal klieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekliefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou klieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou klieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou klieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden klieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden klieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden klieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekliefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekliefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt klieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen klieven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen klieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen klieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen klieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekliefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekliefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekliefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult klieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands cliven, in de betekenis van ‘splijten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1290 Oorspronkelijk was "klieven" een sterk werkwoord zonder lijdend voorwerp (onovergankelijk) "in twee stukken uit elkaar vallen", waarnaast zwak kloven ww bestond "in twee stukken uit elkaar laten vallen, doorhakken". De laatste vorm is kennelijk van invloed geweest op vorm van betekenis van "klieven".
Woordfamilie van klieven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekliefd | voltooid deelwoord | klieven |
| gekliefde | woordvorm | klieven |
| klief | gebiedende wijs | klieven |
| kliefde | verleden tijd | klieven |
| kliefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | klieven |
| klieft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | klieven |
| klieve | aanvoegende wijs | klieven |
| klievend | onvoltooid deelwoord | klieven |
| klievende | woordvorm | klieven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klieven zijn vastgelegd.