Naar de inhoud

belegeren

met een leger omsingeld houden

belegeren

werkwoord

Betekenis

  1. met een leger omsingeld houden

Vervoeging van belegeren

belegerenhele werkwoord — belegerdeverleden tijd enkelvoud — belegerdenverleden tijd meervoud — belegerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beleger belegerde
jij belegert belegerde
hij, zij, het belegert belegerde
wij belegeren belegerden
jullie belegeren belegerden
zij belegeren belegerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beleger gebiedende wijs
belegerd verleden tijd, deelwoord
belegerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
belegerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
belegerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
belegerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
belegerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
belegerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
belegerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
belegerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
belegerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
belegerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
belegerde verleden tijd
belegere aanvoegende wijs
belegerend onvoltooid, deelwoord
ben belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is belegerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was belegerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd belegerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt belegerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal belegerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal belegerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou belegerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou belegerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had belegerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had belegerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had belegerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden belegerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden belegerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden belegerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt belegerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belegerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te belegeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben belegerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen belegeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart belegerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren belegerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren belegerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren belegerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was belegerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was belegerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was belegerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd belegerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd belegerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd belegerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden belegerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden belegerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden belegerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt belegerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word belegerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden belegerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden belegerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden belegerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt belegerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt belegerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal belegerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belegerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal belegerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal belegerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belegerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal belegeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal belegeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal belegeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt belegerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou belegerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belegerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belegerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belegerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belegerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belegerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou belegeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou belegeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou belegeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden belegerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden belegerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden belegerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belegerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden belegerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden belegerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belegeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden belegeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden belegeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt belegerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belegerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belegeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen belegerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen belegerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen belegerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belegerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen belegerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen belegerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belegeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen belegeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen belegeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen belegeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult belegerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belegerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belegerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belegeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van legeren met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van belegeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beleger gebiedende wijs belegeren
belegerd voltooid deelwoord belegeren
belegerde verleden tijd belegeren
belegerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon belegeren
belegere aanvoegende wijs belegeren
belegerend onvoltooid deelwoord belegeren
belegerende woordvorm belegeren
belegert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon belegeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belegeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over belegeren

Wat betekent belegeren?
Belegeren is een werkwoord. Het woord betekent: met een leger omsingeld houden.
Hoe vervoeg je belegeren?
Je vervoegt belegeren als volgt: de tegenwoordige tijd is beleger, de verleden tijd is belegerde en het voltooid deelwoord is belegerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord belegeren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

belegeren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

belegeren in het kort

belegeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van belegeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort belegeren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

belegeren: met een leger omsingeld houden
Deel belegeren — standaardnederlands.nl