bazuin
zelfstandig naamwoord, werkwoord ba'zœynBetekenis
- een instrument uit de koperblazersfamilie bestaande uit een ongebogen, lange metalen (koperen) buis, breed uitlopend aan het einde, waarop alleen boventonen voortgebracht kunnen worden.
Hoe spreek je bazuin uit?
/baˈzœyn/
Bazuin bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| z | zon |
| œy | huis |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bazuinen | meervoud |
| bazuintje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bazuintjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bazuinen
- gebiedende wijs van bazuinen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bazuinen
Vervoeging van bazuin
bazuinhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘blaasinstrument’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van bazuin
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bazuintje | verkleinwoord | bazuin |
| bazuintjes | verkleinwoord meervoud | bazuin |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bazuin zijn vastgelegd.