puin
zelfstandig naamwoord, bijwoord pœynBetekenis
- een massa vergruizelde steen
- fijne brokjes diamant met lage waarde
- een onredderde toestand
Hoe spreek je puin uit?
/pœyn/
Puin bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| œy | huis |
| n | nek |
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord een onredderde toestand
Herkomst
Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘vergruisde steen’ voor het eerst aangetroffen in 1443