Naar de inhoud

bazuinen

met veel geschal verkondigen

bazuinen is meer dan één woord

bazuinen

werkwoord, zelfstandig naamwoord baˈzœynə(n)

Betekenis

  1. met veel geschal verkondigen

Hoe spreek je bazuinen uit?

/baˈzœynən/

Bazuinen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /baˈzœynən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
a maan
z zon
œy huis
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bazuinen

bazuinenhele werkwoord — bazuindeverleden tijd enkelvoud — bazuindenverleden tijd meervoud — gebazuindvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bazuin bazuinde
jij bazuint bazuinde
hij, zij, het bazuint bazuinde
wij bazuinen bazuinden
jullie bazuinen bazuinden
zij bazuinen bazuinden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bazuin gebiedende wijs
bazuinde verleden tijd
bazuine aanvoegende wijs
bazuinend onvoltooid, deelwoord
ben gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gebazuind impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebazuind impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebazuind impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebazuind impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebazuind worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebazuind zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebazuind worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebazuind zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebazuind verleden tijd, deelwoord
gebazuind te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebazuind te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebazuind te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebazuind te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebazuind te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebazuind worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebazuind zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebazuind zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebazuind zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebazuind zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebazuind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebazuind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebazuind voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebazuind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebazuind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebazuind voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebazuind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebazuind actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bazuinen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebazuind actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bazuinen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebazuind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebazuind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebazuind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebazuind voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebazuind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebazuind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebazuind voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebazuind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebazuind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebazuind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebazuind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebazuind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebazuind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebazuind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebazuind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebazuind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebazuind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebazuind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebazuind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebazuind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebazuind hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebazuind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebazuind hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebazuind zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebazuind zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebazuind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebazuind hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebazuind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebazuind hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebazuind zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebazuind zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebazuind zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebazuind hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebazuind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebazuind hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebazuind zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebazuind zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebazuind zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebazuind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebazuind zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bazuinen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebazuind hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebazuind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebazuind hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebazuind zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebazuind zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebazuind zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bazuinen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebazuind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebazuind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebazuind zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord bazuin

Herkomst

ww: afgeleid van bazuin zn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van bazuinen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bazuinde verleden tijd bazuinen
bazuinden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bazuinen
bazuine aanvoegende wijs bazuinen
bazuinend onvoltooid deelwoord bazuinen
bazuinende woordvorm bazuinen
bazuint aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bazuinen
gebazuind voltooid deelwoord bazuinen
gebazuinde woordvorm bazuinen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bazuinen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bazuinen

Hoe spreek ik bazuinen uit?
Zo spreek je bazuinen uit: /baˈzœynə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van bazuinen?
Bazuinen is een werkwoord. De betekenis is: met veel geschal verkondigen.
Hoe vervoeg ik bazuinen?
Zo vervoeg je bazuinen zo: de tegenwoordige tijd is bazuin, de verleden tijd is bazuinde en het voltooid deelwoord is gebazuind. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bazuinen?

In dit woordenboek rijmen 5 woorden op -uinen op bazuinen, zoals rondbazuinen, atriumtuinen en bessentuinen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bazuinen, uitspraak baˈzœynən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
rondbazuinen 4
atriumtuinen 5
bessentuinen 4
binnentuinen 4
tuinen 2

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bazuinen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. A 1
  3. Z 4
  4. U 4
  5. I 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bazuinen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. A 1
  3. Z 5
  4. U 2
  5. I 2
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bazuinen in het kort

bazuinen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van bazuinen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bazuinen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bazuinen: met veel geschal verkondigen
Deel bazuinen — standaardnederlands.nl