waarde
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord ˈwardəBetekenis
- iets waar een persoon of een groep van personen belang aan hecht, dit leidt vaak tot het stellen van al dan niet geschreven normen; voorbeelden van waarden zijn: gezondheid, vrijheid, zekerheid, geluk
- de mogelijke opbrengst bij het op de markt brengen van een goed of dienst
Hoe spreek je waarde uit?
/ˈwardə/
Waarde bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- resultaat van een meting
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waarden | meervoud |
| waardes | meervoud |
| waardetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| waardetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van waard
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van waren
Vervoeging van waarde
waardehele werkwoord
Woordfamilie van waarde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waardes | meervoud | waarde |
| waardetje | verkleinwoord | waarde |
| waardetjes | verkleinwoord meervoud | waarde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waarde zijn vastgelegd.