aarde
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈardə/Betekenis
- de wereld, de bewoonbare planeet van ons zonnestelsel
- de grond waarin de planten groeien
- een goed geleidende verbinding tussen een elektrisch apparaat en de aarde
- een van de vier traditionele elementen
- (ook
aarde in een zin
- Hij schepte verse aarde in de bloembak op het balkon.
- Vanuit het raampje zag ze de aarde langzaam draaien.
- De monteur controleerde of de wasmachine goed op aarde stond.
Gebruik
Het lidwoord scheidt de betekenissen: de aarde is de planeet, aarde zonder lidwoord is het materiaal.
Hoe spreek je aarde uit?
/ˈardə/
Aarde bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aardes | meervoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van aarden
- enkelvoud verleden tijd van aren
Vervoeging van aarde
aardehele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘grond’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van aarde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aardes | meervoud | aarde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aarde zijn vastgelegd.