gaarde
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɣardəBetekenis
- bij een kaag: de kabels waarmee de spriet in de vaarrichting gehouden wordt
- ? de meestal gegalvaniseerde stalen draad met behulp waarvan riet op een dak strak gebonden wordt
- taai, recht wilgenhout voor rijswerk
- omheinde ruimte, tuin. Heden ten dage voornamelijk in eigennamen en samenstellingen
- paradijs
Hoe spreek je gaarde uit?
/ˈxardə/
Gaarde bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| a | maan |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- meestal gegalvaniseerde stalen draad met behulp waarvan riet op een dak strak gebonden wordt
- omheinde ruimte, tuin obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gaarden | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van garen
Vervoeging van gaarde
gaardehele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands gaerde van Oudnederlands gardo