waarderen
werkwoordBetekenis
- op waarde schatten
- op prijs stellen, appreciëren
Vervoeging van waarderen
waarderenhele werkwoord — waardeerdeverleden tijd enkelvoud — waardeerdenverleden tijd meervoud — gewaardeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | waardeer | waardeerde |
| jij | waardeert | waardeerde |
| hij, zij, het | waardeert | waardeerde |
| wij | waarderen | waardeerden |
| jullie | waarderen | waardeerden |
| zij | waarderen | waardeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gewaardeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewaardeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewaardeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewaardeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewaardeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewaardeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewaardeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewaardeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewaardeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gewaardeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewaardeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewaardeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaardeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaardeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaardeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewaardeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewaardeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewaardeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewaardeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaardeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewaardeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te waarderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen waarderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waardeer | gebiedende wijs |
| waardeerde | verleden tijd |
| waardere | aanvoegende wijs |
| waarderend | onvoltooid, deelwoord |
| waart gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gewaardeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewaardeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaardeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewaardeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewaardeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewaardeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen waarderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewaardeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult waarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van waarde met het achtervoegsel -eren
Woordfamilie van waarderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waardeer | gebiedende wijs | waarderen |
| waardeerde | verleden tijd | waarderen |
| waardeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | waarderen |
| waardeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | waarderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waarderen zijn vastgelegd.