Naar de inhoud

vrezen

bang zijn, angst hebben

vrezen is meer dan één woord

vrezen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈvrezə(n)/

Betekenis

  1. bang zijn, angst hebben

Hoe spreek je vrezen uit?

/ˈvrezən/

Vrezen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvrezən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
r rood
e veel
z zon
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van vrezen

vrezenhele werkwoord — vreesdeverleden tijd enkelvoud — vreesdenverleden tijd meervoud — gevreesdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vrees vreesde
jij vreest vreesde
hij, zij, het vreest vreesde
wij vrezen vreesden
jullie vrezen vreesden
zij vrezen vreesden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gevreesd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevreesd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevreesd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevreesd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevreesd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevreesd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevreesd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevreesd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevreesd verleden tijd, deelwoord
gevreesd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevreesd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevreesd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevreesd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevreesd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevreesd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevreesd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevreesd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevreesd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevreesd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevreesd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevreesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevreesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevreesd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevreesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevreesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevreesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevreesd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevreesd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vrezen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vrezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrees gebiedende wijs
vreesde verleden tijd
vreze aanvoegende wijs
vrezend onvoltooid, deelwoord
waart gevreesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevreesd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gevreesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevreesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gevreesd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gevreesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gevreesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gevreesd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gevreesd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gevreesd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gevreesd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gevreesd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gevreesd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gevreesd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gevreesd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gevreesd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gevreesd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gevreesd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gevreesd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gevreesd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gevreesd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevreesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevreesd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gevreesd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevreesd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vrezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vrezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vrezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gevreesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gevreesd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevreesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevreesd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevreesd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevreesd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevreesd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vrezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vrezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vrezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevreesd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevreesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevreesd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevreesd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevreesd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevreesd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vrezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vrezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vrezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevreesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevreesd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vrezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevreesd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevreesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevreesd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevreesd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevreesd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevreesd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vrezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vrezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vrezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vrezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevreesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevreesd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevreesd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vrezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord vrees
  • meervoud van het zelfstandig naamwoord vreze

Herkomst

In de betekenis van ‘bang zijn voor’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Woordfamilie van vrezen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vreesde verleden tijd vrezen
vreesden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vrezen
vreest aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vrezen
vrezend onvoltooid deelwoord vrezen
vrezende woordvorm vrezen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrezen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over vrezen

Hoe spreek je vrezen uit?
De uitspraak van vrezen is: /ˈvrezə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent vrezen?
Vrezen is een werkwoord. Het woord betekent: bang zijn, angst hebben.
Hoe vervoeg je vrezen?
Je vervoegt vrezen als volgt: de tegenwoordige tijd is vrees, de verleden tijd is vreesde en het voltooid deelwoord is gevreesd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vrezen?

Vrezen rijmt op 32 woorden op -ezen; lezen, genezen en wezen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vrezen, uitspraak ˈvrezən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
lezen 2
genezen 3
wezen 2
sjezen 2
aangewezen 4
pezen 2
frezen 2
veelgeprezen 4
aanbewezen 4
aangeprezen 4
aangevezen 4
biosynthesen 5
bordelezen 4
congolezen 4
gelezen 3
gerezen 3
hakkelkezen 4
hypothesen 4
indochinezen 5
kwispellezen 4
lipgelezen 4
metathesen 4
nepalezen 4
pindachinezen 5
poepchinezen 4
tandprothesen 4
tegenaangewezen 6
telekinesen 5
veilingwezen 4
verrezen 3
vlezen 2
werkhypothesen 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vrezen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. Z 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vrezen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. Z 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vrezen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

vrezen in het kort

vrezen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van vrezen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vrezen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vrezen: bang zijn, angst hebben
Deel vrezen — standaardnederlands.nl