lezen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈlezə(n)Betekenis
- zien en interpreteren van tekst
- selecteren van (on)gewenste exemplaren uit een verzameling, schiften
Hoe spreek je lezen uit?
/ˈlezən/
Lezen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| z | zon |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- zien en interpreteren van geschreven tekst transitive
Vervoeging van lezen
lezenhele werkwoord — lasverleden tijd enkelvoud — lazenverleden tijd meervoud — gelezenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lees | las |
| jij | leest | laast |
| hij, zij, het | leest | las |
| wij | lezen | lazen |
| jullie | lezen | lazen |
| zij | lezen | lazen |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is gelezen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelezen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelezen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelezen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelezen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelezen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelezen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelezen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelezen | verleden tijd, deelwoord |
| gelezen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelezen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelezen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelezen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelezen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelezen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelezen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelezen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelezen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelezen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| las | verleden tijd |
| lees | gebiedende wijs |
| leze | aanvoegende wijs |
| lezend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lezen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gelezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gelezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gelezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelezen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelezen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou gelezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelezen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelezen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lees
Woordfamilie van lezen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelezen | voltooid deelwoord | lezen |
| laast | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | lezen |
| lazen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lezen |
| leze | aanvoegende wijs | lezen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lezen zijn vastgelegd.