vouw
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- lijn waarlangs iets gevouwen is, vouwlijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vouwen | meervoud |
| vouwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vouwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vouwen
- gebiedende wijs van vouwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vouwen
Vervoeging van vouw
vouwhele werkwoord
Woordfamilie van vouw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vouwtje | verkleinwoord | vouw |
| vouwtjes | verkleinwoord meervoud | vouw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vouw zijn vastgelegd.