vouwwagen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een caravan die men in opgevouwen staat trekt achter de auto, een mengvorm tussen de caravan en de tent
vouwwagen in een zin
- Achter de auto hing een kleine vouwwagen.
- In een kwartier stond de vouwwagen opgezet.
- Op de camping stonden twee vouwwagens.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vouwwagens | meervoud |
| vouwwagentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vouwwagentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vouwen zn en wagen zn
Woordfamilie van vouwwagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vouwwagens | meervoud | vouwwagen |
| vouwwagentje | verkleinwoord | vouwwagen |
| vouwwagentjes | verkleinwoord meervoud | vouwwagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vouwwagen zijn vastgelegd.