vouwstoel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een inklapbare stoel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vouwstoelen | meervoud |
| vouwstoeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vouwstoeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘opvouwbare stoel’ voor het eerst aangetroffen in 1080
Woordfamilie van vouwstoel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vouwstoelen | meervoud | vouwstoel |
| vouwstoeltje | verkleinwoord | vouwstoel |
| vouwstoeltjes | verkleinwoord meervoud | vouwstoel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vouwstoel zijn vastgelegd.