vouwdeur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een deur die men opent door hem op te vouwen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vouwdeuren | meervoud |
| vouwdeurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vouwdeurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vouwen ww en deur zn
Woordfamilie van vouwdeur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vouwdeuren | meervoud | vouwdeur |
| vouwdeurtje | verkleinwoord | vouwdeur |
| vouwdeurtjes | verkleinwoord meervoud | vouwdeur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vouwdeur zijn vastgelegd.