vonken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvɔŋkə(n)Betekenis
- vonken geven
- licht uitstralen, schitteren
Hoe spreek je vonken uit?
/ˈvɔŋkən/
Vonken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɔ | bot |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vonken
vonkenhele werkwoord — vonkteverleden tijd enkelvoud — vonktenverleden tijd meervoud — gevonktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vonk | vonkte |
| jij | vonkt | vonkte |
| hij, zij, het | vonkt | vonkte |
| wij | vonken | vonkten |
| jullie | vonken | vonkten |
| zij | vonken | vonkten |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gevonkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevonkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevonkt | verleden tijd, deelwoord |
| gevonkt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevonkt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gevonkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevonkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te vonken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gevonkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vonken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vonk | gebiedende wijs |
| vonke | aanvoegende wijs |
| vonkend | onvoltooid, deelwoord |
| vonkte | verleden tijd |
| waart gevonkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevonkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevonkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevonkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevonkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevonkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevonkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gevonkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevonkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevonkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vonken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vonken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vonken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevonkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gevonkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevonkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevonkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevonkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevonkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevonkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevonkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vonken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vonken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vonken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevonkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevonkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevonkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vonken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vonken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vonken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevonkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vonken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevonkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevonkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevonkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vonken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vonken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vonken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vonken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevonkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vonken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vonk
Herkomst
Afgeleid van vonk
Woordfamilie van vonken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevonkt | voltooid deelwoord | vonken |
| gevonkte | woordvorm | vonken |
| vonke | aanvoegende wijs | vonken |
| vonkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vonken |
| vonkte | verleden tijd | vonken |
| vonkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vonken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vonken zijn vastgelegd.