uitspraak
zelfstandig naamwoord /œytspra:k/Betekenis
- de manier waarop iemand een woord, zin of taal ten gehore brengt of zou moeten brengen
- een woord of zin door iemand uitgesproken waarin een mening wordt geuit, bewering
- het uiten, bekendmaken van een oordeel in een rechtbank
Hoe spreek je uitspraak uit?
/œytsprak/
Uitspraak bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| s | sok |
| p | pak |
| r | rood |
| a | maan |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- manier waarop iemand een woord, zin of taal ten gehore brengt of zou moeten brengen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitspraakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitspraakjes | verkleinwoord, meervoud |
| uitspraken | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands utesprake, Naamwoord van handeling van uitspreken ww , op te vatten als samenstelling van uit bw en spraak zn
Woordfamilie van uitspraak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitspraakje | verkleinwoord | uitspraak |
| uitspraakjes | verkleinwoord meervoud | uitspraak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitspraak zijn vastgelegd.