voltooien
werkwoord vɔlˈtojə(n)Betekenis
- ten einde brengen
Hoe spreek je voltooien uit?
/vɔlˈtojən/
Voltooien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɔ | bot |
| l | land |
| t | tak |
| o | boot |
| j | ja |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van voltooien
voltooienhele werkwoord — voltooideverleden tijd enkelvoud — voltooidenverleden tijd meervoud — voltooidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voltooi | voltooide |
| jij | voltooit | voltooide |
| hij, zij, het | voltooit | voltooide |
| wij | voltooien | voltooiden |
| jullie | voltooien | voltooiden |
| zij | voltooien | voltooiden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is voltooid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was voltooid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd voltooid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt voltooid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal voltooid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal voltooid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou voltooid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou voltooid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had voltooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had voltooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had voltooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden voltooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden voltooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden voltooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt voltooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voltooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben voltooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te voltooien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voltooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voltooi | gebiedende wijs |
| voltooid | verleden tijd, deelwoord |
| voltooid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voltooid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voltooid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voltooid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voltooid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voltooid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voltooid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voltooid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voltooid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voltooid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voltooide | verleden tijd |
| voltooie | aanvoegende wijs |
| voltooiend | onvoltooid, deelwoord |
| waart voltooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voltooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren voltooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voltooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was voltooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was voltooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was voltooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd voltooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd voltooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd voltooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden voltooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden voltooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden voltooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt voltooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word voltooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden voltooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden voltooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden voltooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt voltooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt voltooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal voltooid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voltooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voltooid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal voltooid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voltooid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt voltooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou voltooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voltooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voltooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voltooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voltooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voltooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden voltooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voltooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voltooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voltooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voltooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voltooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt voltooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voltooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen voltooid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen voltooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen voltooid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voltooid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen voltooid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen voltooid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voltooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult voltooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult voltooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult voltooid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult voltooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘afmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1561
Woordfamilie van voltooien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voltooi | gebiedende wijs | voltooien |
| voltooiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voltooien |
| voltooie | aanvoegende wijs | voltooien |
| voltooiend | onvoltooid deelwoord | voltooien |
| voltooiende | woordvorm | voltooien |
| voltooit | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voltooien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voltooien zijn vastgelegd.