rooien
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'rojən/Betekenis
- van een oogst, bomen uit de grond halen
- met een werpspies treffen, i.h.a doel treffen, slagen
Hoe spreek je rooien uit?
/ˈrojən/
Rooien bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| o | boot |
| j | ja |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van rooien
rooienhele werkwoord — rooideverleden tijd enkelvoud — rooidenverleden tijd meervoud — gerooidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rooi | rooide |
| jij | rooit | rooide |
| hij, zij, het | rooit | rooide |
| wij | rooien | rooiden |
| jullie | rooien | rooiden |
| zij | rooien | rooiden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gerooid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerooid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerooid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerooid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerooid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerooid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerooid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerooid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerooid | verleden tijd, deelwoord |
| gerooid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerooid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerooid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerooid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerooid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerooid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerooid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerooid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerooid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerooid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rooi | gebiedende wijs |
| rooide | verleden tijd |
| rooie | aanvoegende wijs |
| rooiend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gerooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te rooien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gerooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gerooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gerooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gerooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gerooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gerooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gerooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gerooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gerooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gerooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gerooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gerooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gerooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gerooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gerooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gerooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gerooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gerooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gerooid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerooid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gerooid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerooid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gerooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gerooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerooid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerooid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerooid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerooid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerooid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerooid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord rooi
Herkomst
In de betekenis van ‘ontwortelen’ voor het eerst aangetroffen in 976
Woordfamilie van rooien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerooid | voltooid deelwoord | rooien |
| gerooide | woordvorm | rooien |
| rooide | verleden tijd | rooien |
| rooiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rooien |
| rooiend | onvoltooid deelwoord | rooien |
| rooiende | woordvorm | rooien |
| rooit | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rooien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rooien zijn vastgelegd.