volladen
werkwoordBetekenis
- de vrachtruimte van een vervoermiddel tot het maximum vullen
- de laadcapaciteit van een accu tot het maximum vullen
Vervoeging van volladen
volladenhele werkwoord — laadde volverleden tijd enkelvoud — laadden volverleden tijd meervoud — volgeladenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | laad vol | laadde vol |
| jij | laadt vol | laadde vol |
| hij, zij, het | laadt vol | laadde vol |
| wij | laden vol | laadden vol |
| jullie | laden vol | laadden vol |
| zij | laden vol | laadden vol |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had volgeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had volgeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had volgeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden volgeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden volgeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden volgeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt volgeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb volgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben volgeladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben volgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben volgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben volgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt volgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft volgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft volgeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| laad vol | gebiedende wijs |
| laadde vol | verleden tijd |
| te hebben volgeladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen volladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vol te laden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vol te zullen laden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vol zal laden | bijzin, toekomende tijd |
| vol zou laden | bijzin, voorwaardelijk |
| vol zouden laden | bijzin, voorwaardelijk |
| vol zoudt laden | bijzin, voorwaardelijk |
| vol zullen laden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vol zullen laden | bijzin, toekomende tijd |
| vol zult laden | bijzin, toekomende tijd |
| volgeladen | verleden tijd, deelwoord |
| volgeladen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| volgeladen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vollaad | bijzin, tegenwoordige tijd |
| vollaadde | bijzin, verleden tijd |
| vollaadden | bijzin, verleden tijd |
| vollaadt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| volladend | onvoltooid, deelwoord |
| zal volgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal volgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal volgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal volladen | bijzin, toekomende tijd |
| zou volgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou volgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou volgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou volladen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) volladen vol zou(dt) laden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden volgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden volgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden volgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden volladen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt volgeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt volladen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen volgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen volgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen volgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen volladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen volladen | bijzin, toekomende tijd |
| zult volgeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult volladen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult volladen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal volladen vol zult/zal laden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van vol en laden
Woordfamilie van volladen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| laad vol | gebiedende wijs | volladen |
| laadde vol | verleden tijd | volladen |
| laadden vol | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | volladen |
| laadt vol | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | volladen |
| lade vol | woordvorm | volladen |
| laden vol | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | volladen |
| volgeladen | voltooid deelwoord | volladen |
| vollaad | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | volladen |
| vollaadde | subordinate-clause, verleden tijd | volladen |
| vollaadden | subordinate-clause, verleden tijd | volladen |
| vollaadt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | volladen |
| vollade | with-subordinate-clause | volladen |
| volladend | onvoltooid deelwoord | volladen |
| volladende | woordvorm | volladen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van volladen zijn vastgelegd.