volume
zelfstandig naamwoordBetekenis
- drie-dimensionale afmeting van een lichaam
- sterkte van geluiden
- fysieke informatiedrager, bijvoorbeeld bij boeken en cd's (- band, boekdeel, deel)
zelfstandig naamwoord — neuter
- afmeting van de hoeveelheid ruimte die een driedimensionaal object of ruimtedeel omvat; het in kubieke eenheden uitgedrukte product van lengte, breedte en hoogte
- fysieke informatiedrager, bijvoorbeeld bij boeken en cd's (⇒ band, boekdeel, deel)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| volumen | meervoud |
| volumes | meervoud |
| volumetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| volumetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘ruimtelijke capaciteit’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1587.
Woordfamilie van volume
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| volumen | meervoud | volume |
| volumes | meervoud | volume |
| volumetje | verkleinwoord | volume |
| volumetjes | verkleinwoord meervoud | volume |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van volume zijn vastgelegd.