Naar de inhoud

volbrengen

geheel uitvoeren

volbrengen

werkwoord vɔlˈbrɛŋə(n)

Betekenis

  1. geheel uitvoeren

Hoe spreek je volbrengen uit?

/vɔlˈbrɛŋən/

Volbrengen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vɔlˈbrɛŋən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ɔ bot
l land
b bak
r rood
ɛ bed
ŋ ding
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van volbrengen

volbrengenhele werkwoord — volbrachtverleden tijd enkelvoud — volbrachtenverleden tijd meervoud — volbrachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik volbreng volbracht
jij volbrengt volbracht
hij, zij, het volbrengt volbracht
wij volbrengen volbrachten
jullie volbrengen volbrachten
zij volbrengen volbrachten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is volbracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was volbracht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd volbracht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt volbracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal volbracht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal volbracht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou volbracht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou volbracht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had volbracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had volbracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had volbracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden volbracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden volbracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden volbracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt volbracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben volbracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben volbracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te volbrengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen volbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
volbracht verleden tijd
volbracht verleden tijd, deelwoord
volbracht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
volbracht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
volbracht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
volbracht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
volbracht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
volbracht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
volbracht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
volbracht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
volbracht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
volbracht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
volbreng gebiedende wijs
volbrenge aanvoegende wijs
volbrengend onvoltooid, deelwoord
waart volbracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren volbracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren volbracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren volbracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was volbracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was volbracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was volbracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd volbracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd volbracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd volbracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden volbracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden volbracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden volbracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt volbracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word volbracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden volbracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden volbracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden volbracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt volbracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt volbracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal volbracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal volbracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal volbracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal volbracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal volbracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt volbracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou volbracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou volbracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou volbracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou volbracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou volbracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou volbracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden volbracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden volbracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden volbracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden volbracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden volbracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden volbracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt volbracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt volbracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen volbracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen volbracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen volbracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen volbracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen volbracht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen volbracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen volbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult volbracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult volbracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult volbracht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult volbrengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van vol en brengen

Woordfamilie van volbrengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
volbracht verleden tijd volbrengen
volbrachten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon volbrengen
volbreng gebiedende wijs volbrengen
volbrenge aanvoegende wijs volbrengen
volbrengend onvoltooid deelwoord volbrengen
volbrengende woordvorm volbrengen
volbrengt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon volbrengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van volbrengen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over volbrengen

Hoe spreek ik volbrengen uit?
Zo spreek je volbrengen uit: /vɔlˈbrɛŋə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van volbrengen?
Volbrengen is een werkwoord. De betekenis is: geheel uitvoeren.
Hoe vervoeg ik volbrengen?
Zo vervoeg je volbrengen zo: de tegenwoordige tijd is volbreng, de verleden tijd is volbracht en het voltooid deelwoord is volbracht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op volbrengen?

Er staan 12 woorden in dit woordenboek die op volbrengen rijmen, waaronder brengen, rennen en mengen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op volbrengen, uitspraak vɔlˈbrɛŋən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
brengen 2
rennen 2
mengen 2
verlengen 3
lengen 2
verzengen 3
onderbrengen 4
sprengen 2
farbrengen 3
gesjtengen 3
hengen 2
kesjtengen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord volbrengen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. L 3
  4. B 3
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

volbrengen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. L 3
  4. B 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

volbrengen in het kort

volbrengen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van volbrengen staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort volbrengen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

volbrengen: geheel uitvoeren
Deel volbrengen — standaardnederlands.nl