mengen
werkwoord ˈmɛŋə(n)Betekenis
- het homogeniseren van twee of meer zaken
Hoe spreek je mengen uit?
/ˈmɛŋən/
Mengen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van mengen
mengenhele werkwoord — mengdeverleden tijd enkelvoud — mengdenverleden tijd meervoud — gemengdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | meng | mengde |
| jij | mengt | mengde |
| hij, zij, het | mengt | mengde |
| wij | mengen | mengden |
| jullie | mengen | mengden |
| zij | mengen | mengden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is gemengd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemengd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemengd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemengd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemengd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemengd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemengd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemengd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemengd | verleden tijd, deelwoord |
| gemengd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemengd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemengd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemengd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemengd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemengd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemengd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemengd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemengd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemengd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemengd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| meng | gebiedende wijs |
| mengde | verleden tijd |
| menge | aanvoegende wijs |
| mengend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemengd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te mengen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen mengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gemengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gemengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gemengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemengd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal mengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal mengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal mengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gemengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou gemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou mengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou mengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou mengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden mengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden mengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden mengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt mengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemengd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen mengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen mengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen mengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen mengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult mengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘stoffen door elkaar brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van mengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meng | gebiedende wijs | mengen |
| mengde | verleden tijd | mengen |
| mengden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | mengen |
| menge | aanvoegende wijs | mengen |
| mengend | onvoltooid deelwoord | mengen |
| mengende | woordvorm | mengen |
| mengt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | mengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mengen zijn vastgelegd.