verlengen
werkwoord /vərˈlɛŋə(n)/Betekenis
- langer maken
- langer laten duren
Hoe spreek je verlengen uit?
/vərˈlɛŋən/
Verlengen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verlengen
verlengenhele werkwoord — verlengdeverleden tijd enkelvoud — verlengdenverleden tijd meervoud — verlengdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verleng | verlengde |
| jij | verlengt | verlengde |
| hij, zij, het | verlengt | verlengde |
| wij | verlengen | verlengden |
| jullie | verlengen | verlengden |
| zij | verlengen | verlengden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verlengd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verlengd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verlengd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verlengd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verlengd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verlengd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verlengd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verlengd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verlengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verlengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verlengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verlengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verlengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verlengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verlengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlengd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verlengd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verlengen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verlengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verleng | gebiedende wijs |
| verlengd | verleden tijd, deelwoord |
| verlengd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verlengd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verlengd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlengd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlengd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlengd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verlengd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verlengd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlengd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlengd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlengde | verleden tijd |
| verlenge | aanvoegende wijs |
| verlengend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verlengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verlengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verlengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verlengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verlengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verlengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verlengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verlengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verlengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verlengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verlengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verlengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verlengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verlengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verlengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verlengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verlengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verlengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verlengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verlengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verlengd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verlengd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verlengd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlengd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verlengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verlengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verlengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verlengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verlengd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlengd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlengd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlengd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlengd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verlengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlengd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van lengen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verlengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verleng | gebiedende wijs | verlengen |
| verlengd | voltooid deelwoord | verlengen |
| verlengde | verleden tijd | verlengen |
| verlengden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verlengen |
| verlenge | aanvoegende wijs | verlengen |
| verlengend | onvoltooid deelwoord | verlengen |
| verlengende | woordvorm | verlengen |
| verlengt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verlengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verlengen zijn vastgelegd.