brengen
werkwoord /ˈbrɛŋ.ə(n)/Betekenis
- ergens heen gaan om iets of iemand daar af te geven
Hoe spreek je brengen uit?
/ˈbrɛŋən/
Brengen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van brengen
brengenhele werkwoord — brachtverleden tijd enkelvoud — brachtenverleden tijd meervoud — gebrachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | breng | bracht |
| jij | brengt | bracht |
| hij, zij, het | brengt | bracht |
| wij | brengen | brachten |
| jullie | brengen | brachten |
| zij | brengen | brachten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bracht | verleden tijd |
| breng | gebiedende wijs |
| brenge | aanvoegende wijs |
| brengend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gebracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebracht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebracht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebracht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebracht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebracht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebracht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebracht | verleden tijd, deelwoord |
| gebracht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebracht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebracht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebracht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebracht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebracht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebracht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebracht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebracht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebracht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te brengen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal brengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal brengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal brengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou brengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou brengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou brengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden brengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden brengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden brengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt brengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen brengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen brengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen brengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult brengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘vervoeren’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van brengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bracht | verleden tijd | brengen |
| brachten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | brengen |
| breng | gebiedende wijs | brengen |
| brenge | aanvoegende wijs | brengen |
| brengend | onvoltooid deelwoord | brengen |
| brengende | woordvorm | brengen |
| brengt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | brengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brengen zijn vastgelegd.