Naar de inhoud

voegen

het afwerken van metselwerk

voegen is meer dan één woord

voegen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. het afwerken van metselwerk

werkwoord

  1. Een procespartij kan zich 'voegen' in een zaak waar hij of zijn niet de initiator van is.

Vervoeging van voegen

voegenhele werkwoord — voegdeverleden tijd enkelvoud — voegdenverleden tijd meervoud — gevoegdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voeg voegde
jij voegt voegde
hij, zij, het voegt voegde
wij voegen voegden
jullie voegen voegden
zij voegen voegden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gevoegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevoegd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevoegd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevoegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevoegd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevoegd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevoegd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevoegd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevoegd verleden tijd, deelwoord
gevoegd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevoegd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevoegd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevoegd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevoegd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevoegd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevoegd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevoegd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevoegd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevoegd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevoegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevoegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevoegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevoegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevoegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevoegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevoegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevoegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevoegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te voegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voeg gebiedende wijs
voeg me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
voeg u/je , voegt je gebiedende wijs
voegde verleden tijd
voegde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
voegde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
voegde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
voegde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
voegde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
voegde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
voegde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
voegden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
voegden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
voegden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
voege aanvoegende wijs
voege zich aanvoegende wijs
voegen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
voegen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
voegen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
voegend onvoltooid, deelwoord
voegt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
voegt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
voegt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
voegt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
voegt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
voegt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart gevoegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevoegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gevoegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevoegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gevoegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gevoegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gevoegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gevoegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gevoegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gevoegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gevoegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gevoegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gevoegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gevoegd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gevoegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gevoegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gevoegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gevoegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gevoegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gevoegd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gevoegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevoegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevoegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gevoegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevoegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gevoegd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevoegd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me voegen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal voegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voegen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich voegen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je voegen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gevoegd hebben verleden tijd
zich voegend onvoltooid, deelwoord
zijn gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gevoegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gevoegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevoegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevoegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gevoegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevoegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gevoegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevoegd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevoegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevoegd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevoegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevoegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevoegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevoegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gevoegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gevoegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevoegd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevoegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevoegd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevoegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevoegd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevoegd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voegen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevoegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevoegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevoegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevoegd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord voeg

Herkomst

In de betekenis van ‘verbinden’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Woordfamilie van voegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gevoegd voltooid deelwoord voegen
gevoegde woordvorm voegen
voegde verleden tijd voegen
voegden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voegen
voegend onvoltooid deelwoord voegen
voegende woordvorm voegen
voegt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voegen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over voegen

Wat betekent voegen?
Voegen is een werkwoord. Het woord betekent: het afwerken van metselwerk. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je voegen?
Je vervoegt voegen als volgt: de tegenwoordige tijd is voeg, de verleden tijd is voegde en het voltooid deelwoord is gevoegd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voegen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voegen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voegen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

voegen in het kort

voegen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van voegen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort voegen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

voegen: het afwerken van metselwerk
Deel voegen — standaardnederlands.nl