voegspijker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stuk handgereedschap waarmee voegen worden afgewerkt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voegspijkers | meervoud |
| voegspijkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voegspijkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van voeg ww en spijker
Woordfamilie van voegspijker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voegspijkers | meervoud | voegspijker |
| voegspijkertje | verkleinwoord | voegspijker |
| voegspijkertjes | verkleinwoord meervoud | voegspijker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voegspijker zijn vastgelegd.