voeger
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vakman die de voegen in het metselwerk afwerkt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voegers | meervoud |
| voegertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voegertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van voegen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van voeger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voegers | meervoud | voeger |
| voegertje | verkleinwoord | voeger |
| voegertjes | verkleinwoord meervoud | voeger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voeger zijn vastgelegd.