vlotheid
zelfstandig naamwoord ˈvlɔthɛitBetekenis
- vaaart, snelheid
- vermogen zich snel en gemakkelijk te verplaatsen
- vermogen zich gemakkelijk te uiten
- vermogen soepel met anderen om te gaan
Hoe spreek je vlotheid uit?
/ˈvlɔthɛit/
Vlotheid bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vlotheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van vlot (bijvoeglijk naamwoord) met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van vlotheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vlotheden | meervoud | vlotheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vlotheid zijn vastgelegd.