Naar de inhoud

vlammen

met heldere vlammen branden

vlammen is meer dan één woord

vlammen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvlɑmə(n)

Betekenis

  1. met heldere vlammen branden

Hoe spreek je vlammen uit?

/ˈvlɑmən/

Vlammen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvlɑmən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
l land
ɑ bad
m maan
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. snel rijden informal

Vervoeging van vlammen

vlammenhele werkwoord — vlamdeverleden tijd enkelvoud — vlamdenverleden tijd meervoud — gevlamdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vlam vlamde
jij vlamt vlamde
hij, zij, het vlamt vlamde
wij vlammen vlamden
jullie vlammen vlamden
zij vlammen vlamden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gevlamd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevlamd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevlamd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevlamd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevlamd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevlamd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevlamd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevlamd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevlamd verleden tijd, deelwoord
gevlamd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevlamd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevlamd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevlamd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevlamd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevlamd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevlamd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevlamd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevlamd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevlamd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevlamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevlamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevlamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevlamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevlamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevlamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevlamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevlamd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevlamd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vlammen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vlammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vlam gebiedende wijs
vlamde verleden tijd
vlamme aanvoegende wijs
vlammend onvoltooid, deelwoord
waart gevlamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevlamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gevlamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevlamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gevlamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gevlamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gevlamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gevlamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gevlamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gevlamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gevlamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gevlamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gevlamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gevlamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gevlamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gevlamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gevlamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gevlamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gevlamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gevlamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gevlamd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevlamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevlamd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gevlamd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevlamd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vlammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vlammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vlammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gevlamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gevlamd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevlamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevlamd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevlamd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevlamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevlamd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vlammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vlammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vlammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevlamd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevlamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevlamd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevlamd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevlamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevlamd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vlammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vlammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vlammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevlamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevlamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vlammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevlamd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevlamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevlamd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevlamd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevlamd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevlamd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vlammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vlammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vlammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vlammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevlamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevlamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevlamd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vlammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord vlam

Herkomst

ww: van Middelnederlands vlammen, op te vatten als afgeleid van vlam zn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van vlammen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vlamde verleden tijd vlammen
vlamden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vlammen
vlamme aanvoegende wijs vlammen
vlamt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vlammen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vlammen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over vlammen

Hoe spreek je vlammen uit?
De uitspraak van vlammen is: /ˈvlɑmə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent vlammen?
Vlammen is een werkwoord. Het woord betekent: met heldere vlammen branden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je vlammen?
Je vervoegt vlammen als volgt: de tegenwoordige tijd is vlam, de verleden tijd is vlamde en het voltooid deelwoord is gevlamd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vlammen?

Er staan 20 woorden in dit woordenboek die op vlammen rijmen, waaronder zwammen, dammen en verlammen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vlammen, uitspraak ˈvlɑmən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zwammen 2
dammen 2
verlammen 3
rammen 2
drammen 2
aansteekvlammen 4
achteroverkammen 6
ambigrammen 4
bammen 2
berkenstammen 4
beverdammen 4
boomdiagrammen 5
dendrogrammen 4
eulerdiagrammen 6
genogrammen 4
havendammen 4
krammen 2
mammen 2
organogrammen 5
waterrammen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vlammen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. L 3
  3. A 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vlammen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. L 3
  3. A 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

vlammen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

vlammen in het kort

vlammen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van vlammen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vlammen bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vlammen: met heldere vlammen branden
Deel vlammen — standaardnederlands.nl