verlammen
werkwoord /vər'lɑmə(n)/Betekenis
- van het vermogen zich te bewegen beroven
Hoe spreek je verlammen uit?
/vərˈlɑmən/
Verlammen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verlammen
verlammenhele werkwoord — verlamdeverleden tijd enkelvoud — verlamdenverleden tijd meervoud — verlamdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verlam | verlamde |
| jij | verlamt | verlamde |
| hij, zij, het | verlamt | verlamde |
| wij | verlammen | verlamden |
| jullie | verlammen | verlamden |
| zij | verlammen | verlamden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verlamd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verlamd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verlamd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verlamd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verlamd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verlamd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verlamd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verlamd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verlamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verlamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verlamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verlamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verlamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verlamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verlamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlamd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verlamd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verlammen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verlammen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlam | gebiedende wijs |
| verlamd | verleden tijd, deelwoord |
| verlamd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verlamd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verlamd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlamd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlamd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlamd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verlamd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verlamd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlamd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlamd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlamde | verleden tijd |
| verlamme | aanvoegende wijs |
| verlammend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verlamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verlamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verlamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verlamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verlamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verlamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verlamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verlamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verlamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verlamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verlamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verlamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verlamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verlamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verlamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verlamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verlamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verlamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verlamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verlamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verlamd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verlamd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verlamd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlamd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verlamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verlamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verlamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verlamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verlamd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlamd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlamd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlamd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlamd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlammen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verlamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlamd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van lam met het voorvoegsel ver-.
Woordfamilie van verlammen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verlam | gebiedende wijs | verlammen |
| verlamd | voltooid deelwoord | verlammen |
| verlamme | aanvoegende wijs | verlammen |
| verlamt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verlammen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verlammen zijn vastgelegd.