Naar de inhoud

rammen

een opzettelijke botsing op een vijandelijk schip veroorzaken

rammen is meer dan één woord

rammen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrɑmə(n)

Betekenis

  1. een opzettelijke botsing op een vijandelijk schip veroorzaken
  2. (in een belegering) met een zwaar voorwerp een poort of deur inslaan
  3. in inelkaar ~: aframmeling geven, aframmelen, afranselen

Hoe spreek je rammen uit?

/ˈrɑmən/

Rammen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈrɑmən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
ɑ bad
m maan
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. met een zwaar voorwerp een poort of deur inslaan transitive

Vervoeging van rammen

rammenhele werkwoord — ramdeverleden tijd enkelvoud — ramdenverleden tijd meervoud — geramdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ram ramde
jij ramt ramde
hij, zij, het ramt ramde
wij rammen ramden
jullie rammen ramden
zij rammen ramden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geramd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geramd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geramd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geramd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geramd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geramd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geramd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geramd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geramd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geramd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geramd verleden tijd, deelwoord
geramd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geramd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geramd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geramd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geramd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geramd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geramd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geramd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geramd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geramd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geramd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geramd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geramd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geramd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geramd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geramd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geramd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geramd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geramd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geramd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geramd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geramd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geramd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geramd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geramd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geramd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geramd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ram gebiedende wijs
ramde verleden tijd
ramme aanvoegende wijs
rammend onvoltooid, deelwoord
te hebben geramd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te rammen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geramd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geramd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geramd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geramd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geramd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geramd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geramd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geramd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geramd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geramd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geramd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geramd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geramd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geramd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geramd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geramd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geramd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geramd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geramd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geramd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geramd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geramd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geramd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geramd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geramd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geramd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geramd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geramd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geramd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geramd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geramd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geramd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geramd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geramd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geramd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geramd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geramd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geramd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geramd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geramd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geramd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geramd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geramd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geramd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geramd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geramd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geramd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geramd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geramd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geramd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geramd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geramd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geramd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geramd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geramd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geramd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geramd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geramd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geramd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geramd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geramd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geramd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geramd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geramd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord ram

Herkomst

Afgeleid van ram “stampblok” met het achtervoegsel -en.

Woordfamilie van rammen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geramd voltooid deelwoord rammen
geramde woordvorm rammen
ramde verleden tijd rammen
ramden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rammen
ramme aanvoegende wijs rammen
rammend onvoltooid deelwoord rammen
rammende woordvorm rammen
ramt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rammen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rammen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over rammen

Hoe spreek ik rammen uit?
Zo spreek je rammen uit: /ˈrɑmə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van rammen?
Rammen is een werkwoord. De betekenis is: een opzettelijke botsing op een vijandelijk schip veroorzaken. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik rammen?
Zo vervoeg je rammen zo: de tegenwoordige tijd is ram, de verleden tijd is ramde en het voltooid deelwoord is geramd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op rammen?

In dit woordenboek rijmen 20 woorden op -ammen op rammen, zoals zwammen, dammen en verlammen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op rammen, uitspraak ˈrɑmən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zwammen 2
dammen 2
verlammen 3
vlammen 2
drammen 2
aansteekvlammen 4
achteroverkammen 6
ambigrammen 4
bammen 2
berkenstammen 4
beverdammen 4
boomdiagrammen 5
dendrogrammen 4
eulerdiagrammen 6
genogrammen 4
havendammen 4
krammen 2
mammen 2
organogrammen 5
waterrammen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rammen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. A 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rammen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. A 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rammen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

rammen in het kort

rammen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van rammen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort rammen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

rammen: een opzettelijke botsing op een vijandelijk schip veroorzaken
Deel rammen — standaardnederlands.nl