vlammenwerper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- wapen dat een vlam spuit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vlammenwerpers | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘wapen dat een vlam spuit’ voor het eerst aangetroffen in 1917
Woordfamilie van vlammenwerper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vlammenwerpers | meervoud | vlammenwerper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vlammenwerper zijn vastgelegd.