vervolgen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /vər'vɔlɣən/Betekenis
- een handeling voortzetten of de draad opnieuw opnemen
- niet rusten voor iemand bestraft of geweld aangedaan is
Hoe spreek je vervolgen uit?
/vərˈvɔlxən/
Vervolgen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| l | land |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- niet rusten voor iemand bestraft of geweld aangedaan is, vanwege iemands overtuiging, achterground of afkomst transitive
- aanklagen, voor het gerecht beschuldigen transitive
Vervoeging van vervolgen
vervolgenhele werkwoord — vervolgdeverleden tijd enkelvoud — vervolgdenverleden tijd meervoud — vervolgdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vervolg | vervolgde |
| jij | vervolgt | vervolgde |
| hij, zij, het | vervolgt | vervolgde |
| wij | vervolgen | vervolgden |
| jullie | vervolgen | vervolgden |
| zij | vervolgen | vervolgden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vervolgd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vervolgd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vervolgd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vervolgd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vervolgd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vervolgd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vervolgd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vervolgd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vervolgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vervolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vervolgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vervolgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vervolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vervolgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vervolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vervolgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vervolgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vervolgen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vervolgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervolg | gebiedende wijs |
| vervolgd | verleden tijd, deelwoord |
| vervolgd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vervolgd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vervolgd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervolgd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervolgd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervolgd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vervolgd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vervolgd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervolgd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervolgd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervolgde | verleden tijd |
| vervolge | aanvoegende wijs |
| vervolgend | onvoltooid, deelwoord |
| waart vervolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vervolgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vervolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vervolgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vervolgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vervolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vervolgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vervolgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vervolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vervolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vervolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vervolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vervolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vervolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vervolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vervolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vervolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vervolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vervolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vervolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vervolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vervolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vervolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vervolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vervolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vervolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vervolgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vervolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vervolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vervolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vervolgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vervolg
Herkomst
Ontleend aan Duits verfolgen, gedeeltelijk aangepast aan de Nederlandse morfologie, uiteindelijk een leenvertaling (calque) van kerkelijk Latijn persequor
Woordfamilie van vervolgen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vervolgd | voltooid deelwoord | vervolgen |
| vervolgden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vervolgen |
| vervolgend | onvoltooid deelwoord | vervolgen |
| vervolgende | woordvorm | vervolgen |
| vervolgt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vervolgen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vervolgen zijn vastgelegd.