Naar de inhoud

voortzetten

iets langer laten duren

voortzetten

werkwoord

Betekenis

  1. iets langer laten duren
  2. iets na een pauze hervatten

Vervoeging van voortzetten

voortzettenhele werkwoord — zette voortverleden tijd enkelvoud — zetten voortverleden tijd meervoud — voortgezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet voort zette voort
jij zet voort zette voort
hij, zij, het zet voort zette voort
wij zetten voort zetten voort
jullie zetten voort zetten voort
zij zetten voort zetten voort
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voortgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voortgezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voortgezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voortgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voortgezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voortgezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voortgezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voortgezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voortgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voortgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voortgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voortgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voortgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voortgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voortgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voortgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben voortgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voortzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voort te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voort te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voort zal zetten bijzin, toekomende tijd
voort zou zetten bijzin, voorwaardelijk
voort zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
voort zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
voort zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voort zullen zetten bijzin, toekomende tijd
voort zult zetten bijzin, toekomende tijd
voortgezet verleden tijd, deelwoord
voortgezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voortgezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voortgezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voortgezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voortgezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voortgezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voortgezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voortgezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voortgezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voortgezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voortzet bijzin, tegenwoordige tijd
voortzette bijzin, verleden tijd
voortzettend onvoltooid, deelwoord
waart voortgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voortgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voortgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voortgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voortgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voortgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voortgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voortgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voortgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voortgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voortgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voortgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voortgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voortgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voortgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voortgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voortgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voortgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voortgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voortgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal voortgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voortgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voortgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voortgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voortgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voortzetten bijzin, toekomende tijd
zet voort gebiedende wijs
zette voort verleden tijd
zijn voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voortgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voortgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voortgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voortgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voortgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voortgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voortgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voortzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voortzetten voort zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden voortgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voortgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voortgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voortgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voortgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voortgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voortzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt voortgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voortgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voortzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen voortgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voortgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voortgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voortgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voortgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voortgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voortzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voortzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voortzetten bijzin, toekomende tijd
zult voortgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voortgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voortgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van voort en zetten

Woordfamilie van voortzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
voortgezet voltooid deelwoord voortzetten
voortzet subordinate-clause, tegenwoordige tijd voortzetten
voortzette subordinate-clause, verleden tijd voortzetten
voortzettend onvoltooid deelwoord voortzetten
voortzettende woordvorm voortzetten
zet voort gebiedende wijs voortzetten
zette voort verleden tijd voortzetten
zetten voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voortzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voortzetten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over voortzetten

Wat is de betekenis van voortzetten?
Voortzetten is een werkwoord. De betekenis is: iets langer laten duren. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik voortzetten?
Zo vervoeg je voortzetten zo: het voltooid deelwoord is voortgezet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voortzetten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. Z 4
  7. E 1
  8. T 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voortzetten levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. Z 5
  7. E 1
  8. T 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voortzetten in het kort

voortzetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van voortzetten staan er 84 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort voortzetten bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

voortzetten: iets langer laten duren
Deel voortzetten — standaardnederlands.nl