kwellen
werkwoordBetekenis
- pijn of ergernis bezorgen
- het doorsijpelen van water onder een dijklichaam door
Vervoeging van kwellen
kwellenhele werkwoord — kweldeverleden tijd enkelvoud — kweldenverleden tijd meervoud — gekweldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kwel | kwelde |
| jij | kwelt | kwelde |
| hij, zij, het | kwelt | kwelde |
| wij | kwellen | kwelden |
| jullie | kwellen | kwelden |
| zij | kwellen | kwelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekweld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekweld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekweld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekweld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekweld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekweld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekweld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekweld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekweld | verleden tijd, deelwoord |
| gekweld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekweld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekweld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekweld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekweld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekweld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekweld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekweld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekweld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekweld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekweld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekweld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekweld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekweld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekweld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kwel | gebiedende wijs |
| kwelde | verleden tijd |
| kwelle | aanvoegende wijs |
| kwellend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekweld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kwellen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kwellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekweld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekweld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekweld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekweld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekweld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekweld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekweld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekweld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekweld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekweld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekweld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekweld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekweld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekweld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekweld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekweld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekweld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekweld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekweld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekweld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekweld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kwellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekweld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekweld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekweld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kwellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘zwellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Woordfamilie van kwellen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kwelde | verleden tijd | kwellen |
| kwelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kwellen |
| kwelle | aanvoegende wijs | kwellen |
| kwelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kwellen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kwellen zijn vastgelegd.