najagen
werkwoord ˈnajaɣə(n)Betekenis
- achter iets aanzitten
Hoe spreek je najagen uit?
/ˈnajaxən/
Najagen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| j | ja |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van najagen
najagenhele werkwoord — jaagde naverleden tijd enkelvoud — jaagden naverleden tijd meervoud — nagejaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | jaag na | jaagde na |
| jij | jaagt na | jaagde na |
| hij, zij, het | jaagt na | jaagde na |
| wij | jagen na | jaagden na |
| jullie | jagen na | jaagden na |
| zij | jagen na | jaagden na |
Alle 148 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is nagejaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was nagejaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd nagejaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt nagejaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal nagejaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal nagejaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou nagejaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou nagejaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had nagejaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had nagejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had nagejaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden nagejaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden nagejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden nagejaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt nagejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagejaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| jaag na | gebiedende wijs |
| jaagde na | verleden tijd |
| joeg na | verleden tijd |
| na te jagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen jagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal jagen | bijzin, toekomende tijd |
| na zou jagen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden jagen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt jagen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen jagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen jagen | bijzin, toekomende tijd |
| na zult jagen | bijzin, toekomende tijd |
| nagejaagd | verleden tijd, deelwoord |
| nagejaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nagejaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nagejaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagejaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagejaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagejaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nagejaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nagejaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nagejaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nagejaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| najaag | bijzin, tegenwoordige tijd |
| najaagde | bijzin, verleden tijd |
| najaagden | bijzin, verleden tijd |
| najaagt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| najagend | onvoltooid, deelwoord |
| najoeg | bijzin, verleden tijd |
| najoegen | bijzin, verleden tijd |
| te hebben nagejaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen najagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart nagejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagejaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren nagejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagejaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was nagejaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was nagejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was nagejaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt nagejaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal nagejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal nagejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nagejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal nagejaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagejaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal najagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal najagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal najagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal najagen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt nagejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou nagejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nagejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou nagejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou najagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou najagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou najagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou najagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) najagen na zou(dt) jagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nagejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nagejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nagejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nagejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden najagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden najagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden najagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden najagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nagejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nagejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nagejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt najagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt najagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen nagejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nagejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nagejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nagejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nagejaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagejaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagejaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen najagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen najagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen najagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van na bw en jagen ww
Woordfamilie van najagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jaag na | gebiedende wijs | najagen |
| jaagde na | verleden tijd | najagen |
| jaagden na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | najagen |
| jaagt na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | najagen |
| jage na | woordvorm | najagen |
| jagen na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | najagen |
| joeg na | verleden tijd | najagen |
| joegen na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | najagen |
| nagejaagd | voltooid deelwoord | najagen |
| nagejaagde | woordvorm | najagen |
| najaag | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | najagen |
| najaagde | subordinate-clause, verleden tijd | najagen |
| najaagden | subordinate-clause, verleden tijd | najagen |
| najaagt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | najagen |
| najage | with-subordinate-clause | najagen |
| najagend | onvoltooid deelwoord | najagen |
| najagende | woordvorm | najagen |
| najoeg | subordinate-clause, verleden tijd | najagen |
| najoegen | subordinate-clause, verleden tijd | najagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van najagen zijn vastgelegd.